Dienstag, 13. April 2021

Het zou zo fijn zijn om een anarch te zijn


Het zou zo fijn zijn om een anarch te zijn

door Klaus Kunze

Bron: http://klauskunze.com/blog/2021/04/12/es-waer-so-schoen-anarch-zu-sein/


De eeuwige verleiding

"Het zou zo mooi zijn om een Anarch te zijn." Zo neurie ik over Eumeswil van Ernst Jünger, losjes gebaseerd op een oude melodie met het refrein "... Rosemarie". De innerlijke anarch is de eeuwige verleiding van de gedesillusioneerde idealist. Hij vormt het laatste bastion van de verraden gelovigen. Hij loopt zij aan zij zoals de laatste Goten hun koning escorteerden naar zijn verborgen graftombe in de Busento.

Zelfs de spirituele kluizenaar in zijn boshut is niet meer met de wereld bezig. Als boswandelaar heeft hij de overblijfselen van zijn oude vechtmoed bewaard en wacht hij op het juiste uur. Dit uur bestaat niet meer voor de Anarch.

    Het verschil ligt in het feit dat de houthakker uit de maatschappij is verdreven; de anarch daarentegen heeft de maatschappij uit zichzelf verdreven. Hij is en blijft een baron onder alle omstandigheden.
    Ernst Jünger, Eumeswil, 1977, p.165.

Want hij heeft zich innerlijk gedistantieerd

    binnen een geheel dat ik verwerp in zijn schaarste. Belangrijk is dat deze ontkenning juist het geheel betreft en daarbinnen geen conservatieve, reactionaire, liberale, ironische of op een of andere manier sociaal definieerbare positie inneemt. Men moet zich verre houden van het verschuiven van de burgeroorlog met zijn steeds strakker wordende front.
    Ernst Jünger, Eumeswil, 1977, p.165.

Waarom goden dienen? Waarom zou je jezelf opofferen voor ideologieën? In het algemeen: om te werken, te lijden, te sterven voor andere mensen? Wie dit nog steeds wil doen, kiest nog steeds partij. Hij identificeert zich tot op het punt van zelfopoffering met andere mensen of hun collectieve ideeën. Een externe derde partij doet dit niet. Als louter waarnemer heeft hij geen deel aan de handel en wandel van de mensen, aan hun oorlogen en burgeroorlogen.


De handtekening van Ernst Jünger in mijn exemplaar van "Subtile Jagden".


Je moet geboren zijn om slechts een waarnemer te zijn. Ernst Jünger verzamelde al in zijn jeugd insecten en ging er vaak subtiel op jagen. De jacht op insecten is geen collectieve jacht. Het vereist een eenzame geest. De jager moet lange tijd alleen met zichzelf en zijn gedachten in de natuur kunnen zijn - een propedeuse voor de wordende anarchist.

    Ik kon centimeters optillen uit de overvloed door over de bloesembanden te lopen, maar de leegte werd ook bruikbaar, want de prooi doemde er op. Hier waren de plaats en het uur gunstig, zoals ze zelden samenvallen. Aan de randen vermaakten zich de bloesemgasten; zij zwermden over de bonte kussens, en nog scherper staken hun menigten af tegen de kale oppervlakken. Een feestelijke kermis in Gulliver's rijk.
    Ernst Jünger, Subtiele jachten, 1967, uitgave 1995, 36.

Krioelen - van buitenaf gezien

Wie insecten observeert, ziet hun kleine wereld van buitenaf. Overal om hem heen zoemt het, zoemt het en fladdert het. Maar hij neemt geen deel aan hun gewoel. Hun zorgen over kevers en motten raken hem niet. Hij ziet, soms vangt, hij catalogiseert en rubriceert, registreert zeldzame waarnemingen. Maar hij grijpt niet in als de ene kerf het slachtoffer wordt van de andere.


Wanneer de boomwants een rups van de kleine vos bijt en uitzuigt, grijpt een entomoloog niet in. Hij heeft geen belang bij het lot van de waargenomen.

Als een anarch onder de mensen laat hij zich fascineren, soms vervelen, maar hij kiest nooit partij, is nooit "geëngageerd". Ik begrijp dit goed, omdat ik zelf op mijn elfde als jonge vlinderwachter heb geschreven:

    De grote waterjuffer zoemde door de lucht op jacht naar muggen. Zijn larve leefde, achtervolgd door kikkers, salamanders, ziekten, snoeken en mensen, in de kleine vijver achter het bos. Sint-Janskruid bloeit op een open plek daar. Dikke hommels zuigen in diepe teugen honing uit de smeerwortelbloemen. Zwermen blauwe vlinders en dukaatvlinders, zelfs af en toe een keizersmantel, fladderen er rond.

Terwijl ik zo in 1965 mijn eerste bescheiden offers bracht aan de muze Polyhymnia, verwierf ik in de velden en weiden tegelijkertijd twee basisvaardigheden van woudlopers en anarchisten: gewoon waarnemen en er niet bijhoren. Dit is makkelijk als iemand nog nooit een insect is geweest. Maar kan men uit de menselijke samenleving stappen en haar van buitenaf observeren? Dringt scherpe visie niet door tot alle politieke en filosofische twijfelvragen, als we eerst ons hart uitschakelen?

    Ik heb de omgeving scherper aangevoeld in die mate dat mijn deelname verminderde.

    Ernst Jünger, Eumeswil, p.59.


Behulpzaam is altijd de

    onbevooroordeelde kijk op de geschiedenis, want die slaagt alleen als we niet meer betrokken zijn bij de voors en tegens. Dat is het plezier van de historicus.
    Ernst Jünger, Eumeswil, p.70.

Alleen iemand die alle vermeende objectieve waarden heeft verbannen tot irrelevante subjectiviteit is in staat een dergelijk perspectief in te nemen. Zolang iemand of iets nog waardevol voor hem is, slaagt hij niet volledig. Daarom,

    niemand die gelooft dat er iets te verdedigen valt, iets dat verband houdt met de (althans feitelijk veronderstelde) zin van het leven, heeft recht op (en is in staat tot) een dergelijke onthouding.
    Panajotis Kondylis, Macht en beslissing, 1984, p.120.

Als laatste levende ontvanger van de Orde Pour le Mérite had Ernst Jünger staatsvormen en mensen zien ontstaan, opkomen en vergaan. Hun ideeën, de idealen van sommige jongeren, de vlaggenhymnen wisselden elkaar af. Zij werden gemalen als graan in het molenrad van de geschiedenis. Hoe vaak kan een hart zich vastklampen aan iets dat geliefd is, als alles wat geliefd is, steeds breekt? Als de zoon valt? Als alles waar we trots op en blij mee waren tot de grond toe afgebroken is? Als de vijand de velden heeft verwoest en zout in de voren heeft gestrooid? Als kinderen op school leren dat hun ouders misdadigers waren en hun idealen een gruwel?


De oude Ernst Jünger splitste een ideaal-typische anarch af van zichzelf als een romanpersonage. De anarch doet het goed. Hij lijdt nergens meer onder, hij heeft spijt, pijn en woede achter zich gelaten. Veel Duitsers hebben tegenwoordig een anarch in zich. Hij vormt de voortdurende verleiding om te vluchten in onbeheersbaarheid. "Waar ik voor leefde - bijna vernietigd? Wat is dat nu voor mij? Ik kan het toch niet veranderen!"

Günter Maschke heeft de val van het Avondland scherp gedateerd op augustus 1914. Sindsdien is het ene na het andere, bijna alles wat ons verheven had, met de grond gelijk gemaakt. Ernst Jünger klaagde reeds in 1977 over een "fellachoïde moerasachtigheid" (Eumeswil p.34):

    De waarden zijn dus blijven afvlakken. Eerst waren ze aanwezig, toen nog gerespecteerd, tenslotte een lastpost. [...] Voor ons was er nog een nagloeiing. Maar de oven is koud. Hij verwarmt zelfs de handen niet meer. Van opgegraven goden komt geen verlossing.
    Ernst Jünger, Eumeswil, p.35.

Maar tegelijkertijd hebben wij altijd een stille vermaner in ons, die ons kan behoeden voor afglijden naar anarchie. "Is er echt niets meer, is er niemand meer voor wie je verantwoordelijk bent?"
 

Het is niet dat we moeten sterven, maar hoe we leven dat is belangrijk

Zo kan de een zich verantwoordelijk voelen tegenover zijn kinderen en nakomelingen, de kinderloze althans tegenover zijn verwanten. Het is volstrekt onverschillig of en welke vooruitzichten op succes en kansen men aan zijn eigen zelfbehoud mag verbinden. Niet dat alles voorbij zal gaan en dat wij zullen sterven is belangrijk, maar hoe wij leven. Maarten Luther wist dit en kondigde aan: "En als de wereld morgen vergaat, zal ik vandaag een kleine appelboom planten".


Mensen zoals wij bezwijken niet voor de verleiding van de innerlijke anarchist, die ook altijd een klein innerlijk varken is. Als koel analist en intellectueel fluisteraar kan hij iedereen rekenkundig instrueren dat wij steeds minder worden en de anderen steeds talrijker. Maar een personage met een sterk plichtsgevoel laat zich daardoor niet van de wijs brengen. Het rust op het fundament van zijn persoonlijkheid en vormt zijn identiteit: "Hier sta ik en kan niet anders!"

De anarch vluchtte van wereldmoeheid en verliet het zinkende schip. Hij verzegelt de emotionele desertie lang nadat de vlag is gescheurd, bezoedeld en vertrapt in het vuil. Hij sluit ermee omdat anders de pijn hem zou verscheuren.

Maar er is een andere uitweg uit emotionele ongelukkigheid, zoals de dichter Konrad Windisch het verwoordt in een gedicht (Mijn zoon, vraagt u...)

    Mijn zoon, mijn leven
    Tekent een duidelijk, stevig uitgestippeld pad,
    Wat een wet in mij zo voorschreef.
    Het pad dat ik tot het einde wil volgen.
    Wat heb ik gedaan? Ik ben trouw geweest aan mezelf,
    En deze keer zal er geen trouw zijn. [...]


en realiseerde het zich:

    Ongelukkig zijt gij, als gij niet in uw hart bent
    Sta voor je eigen oordeel.

    Konrad Windisch

Keine Kommentare:

Kommentar veröffentlichen